Hypotheek
hy·po·theek (de; hypotheken)
1. zakelijk recht op een onroerend goed dat onderpand is voor de betaling van een geldschuld
2. geldsom, geldlening met een onroerend goed als pand
Hypotheekhy·po·theek (de; hypotheken) 1. zakelijk recht op een onroerend goed dat onderpand is voor de betaling van een geldschuld 2. geldsom, geldlening met een onroerend goed als pand |
|