Economie Bosnië-Herzegovina
Bosnië heeft veel te lijden gehad tijdens de oorlog. Vooral de industrie, waar het land (en het vroegere Joegoslavië) van afhankelijk was, is flink beschadigd. Bosnië heeft veel delfstoffen (kolen en zink). Ook is er veel petrochemische industrie in het land. Er is veel akkerbouw en veeteelt.
De meeste handel is met de buurlanden Kroatië en Servië-Montenegro. Bosnië-Herzegovina heeft geen zeehavens, daarom wordt er veel gehandeld via de haven Ploče in Kroatië (dat is waar de rivier de Neretva uitmondt in de Adriatische Zee). In ruil daarvoor kunnen reizigers tussen Dubrovnik en de rest van Kroatië gebruik maken van de smalle doorgang bij Neum.
De lokale munteenheid is de Konvertibilna Marka. De ISO-code is de BAM, maar lokaal wordt deze afgekort tot KM.. De koers van de KM is ongeveer 51 eurocent, terwijl een euro ongeveer 1,96 KM is.
1 KM bestaat uit 100 Fenig. Er zijn munten van 10, 20 en 50 Fenig, en van 1,2 en 5 Mark, en bankbiljetten van 50 Fenig (deze worden uit de roulatie genomen), en van 1, 5, 10, 20, 50, 100 en 200 Mark. De munten zijn in het hele land gelijk, maar in de Federatie en Srpska zijn verschillende bankbiljetten in omloop (met uitzondering van het 200 Mark-biljet).
Het verschil zit 'm in de volgorde van de talen, en de foto's. De kleuren en grootte zijn het zelfde. Al het geld wordt door de Centrale Bank uitgegeven. Er is een grote omloopsnelheid van het geld, hoewel creditcards steeds meer worden geaccepteerd. Pinautomaten zijn ook meer in opkomst, voornamelijk in de steden. De KM uit de Federatie en de KM uit Srpska kunnen in het hele land door elkaar gebruikt worden. Ook Euro's (biljetten) worden goed geaccepteerd.
