De Geschiedenis van Bosnië-Herzegovina

In de zesde eeuw kwamen de eerste slaven op de Balkan, en daarna Serven en Kroaten, Die kwamen waarschijnlijk uit Polen en Tsjechië. De Serven trokken in in het zuidoosten van de Balkan, de Kroaten in het westelijke deel, waaronder een groot deel van  Bosnië-Herzegovina.

Deze volken mengden zich met de Slaven. Er werd in die tijd overheerst door de Serven. Na de Serven werd Bosnië-Herzegovina overheerst door verschillende volken: allereerst door Kroaten en daarna door Bulgaren. Tot 1180 werd Bosnië-Herzegovina overheerst door het Byzantijnse Rijk en Hongarije, maar de eerste Bosnische vorst Ban Kulin verklaarde zich onafhankelijk van Hongarije.

Turkse overheersing

De Ottomaanse Turken werden in 1463 de baas in Bosnië. Toen kwam hier ook de islam. In 1878 werden de Turken verslagen, na een driejarige opstand. Toen de opstand dreigde te mislukken, kwam Rusland helpen. De Oostenrijk-Hongaarse Habsburgers vonden dat goed, op voorwaarde ze alleen de baas over de oostelijke Balkan mochten zijn; Bosnië-Herzegovina zou dan bij Oostenrijk komen.

Eerste Wereldoorlog

Op het Congres van Berlijn in 1878 werd Bosnië-Herzegovina onder Oostenrijks bestuur geplaatst, maar de moslimbevolking was nog steeds loyaal op ten opzichte van Turkse sultan. De Serviërs hadden veel te lijden onder de Habsburgse overheersing.

Toen in 1908 Bosnië-Herzegovina bij Oostenrijk-Hongarije moest horen, werd de afkeer van de Joegoslavische bevolking tegen hun steeds groter.

In 1914 werd de Habsburgse kroonprins Frans Ferdinand doodgeschoten door een de Servische, en dat was het begin van de Eerste Wereldoorlog. Oostenrijk verklaarde de oorlog aan Servië.

Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog kwam het ‘Koninkrijk van Serviërs, Kroaten en Slovenen’ tot stand, maar dat ging niet goed.

De Serviërs, de Kroaten en Slovenen wilden wilden allemaal iets anders. Bosnië kwam in dit verhaal helemaal niet voor. In 1929 viel het jonge parlement.

Tweede Wereldoorlog

In april 1941 gaf Joegoslavië zich over aan de Duitsers. Bosnië-Herzegovina werd opgenomen in de ‘Onafhankelijke Staat Kroatië’. Dit fascistische Groot-Kroatië werd een nachtmerrie voor de zigeuners, joden en Serviërs, die vermoord, gedeporteerd of gedwongen werden zich te bekeren tot het katholicisme. Deze gruweldaden werden uitgevoerd door de Kroatische fascisten of ‘Ustaša’.

Het verzet tegen de fascisten werd geleid door Servische ‘Cetniks’ en door de partizanen (Serven, Kroaten en moslims) van de communistische Tito. Tito en zijn partizanen wonnen strijd. Op 6 april 1945 marcheerden de partizanen van Tito Sarajevo binnen en werd Joegoslavië bevrijd.

Periode Tito

Tito werd de nieuwe leider en rekende bloedig af met de restanten van de Ustaca, Cetniks en Joegoslavische koningsgezinden. Hij maakte er in korte tijd een socialistische maatschappij van. Bosnië-Herzegovina kreeg status van deelrepubliek en deelde mee in de economische opleving.

Na de dood van Tito in 1980 werd het al snel duidelijk dat het met de Joegoslavische ‘eenheid’ niet goed zat. In 1984 werden de 14e Olympische Winterspelen in Sarajevo gehouden.

Joegoslavië valt uit elkaar

In 1992 scheidden Slovenië en Kroatië zich, na enkele gevechten, af van Joegoslavië en werden op 15 januari 1992 als onafhankelijke landen door de Europese Unie erkend. Op 2 maart 1992 stemde de bevolking van Bosnië-Herzegovina voor de onafhankelijkheid. Dat was het begin van de burgeroorlog. Eind maart riep Karadzic de Bosnisch Servische Republiek uit.

In juni riepen de Kroaten de ‘Kroatische Gemeenschap Herzeg-Bosna’ uit. Servische soldaten en Bosnische Serviërs vielen moslims in verschillende steden aan waarbij doden vielen.

Op 6 april 1992 erkende de EU Bosnië-Herzegovina als een onafhankelijk land. Het Joegoslavische leger veroverde al snel veel Bosnische grondgebied.
De moslims en Bosnische Kroaten vochten eerst samen tegen de Serviërs, maar begin 1993 vielen de Kroaten ook de moslims aan. Vanaf 1994 besloten ze om weer te gaan samenwerken.

Toen duizenden mensen stierven door aanvallen van Serviërs op Sarajevo, greep de NAVO in. In 1995 verdreven de Kroaten met Amerikaanse steun de Serviërs uit Kroatië. Het geweld in de grensstreek tussen Kroatië en Bosnië neemt enorm toe. Ook de val en de genocide van Srebrenica bracht de strijdende partijen aan de onderhandelingstafel. Eind 1995 werd het vredesakkoord van Dayton gesloten.

De gevolgen van de strijd:

  • honderdduizenden doden en gewonden
  • meer dan twee miljoen daklozen en vluchtelingen
  • de hele infrastructuur was verdwenen
  • schoon water, gas en elektriciteit waren bijna niet meer te krijgen

De NAVO zorgde hierna voor vrede in het gebied. De UNHCR, de Vluchtelingen organisatie van de VN, kreeg de leiding om de terugkeer van de vele vluchtelingen in goede banen te leiden.

Bosnië-Herzegovina is nu verdeeld de Republiek Srpska (voor de Serviërs), en de Federatie van Bosnië en Herzegovina (voor de Kroaten en de Bosnjakken). Toch mogen alle burgers wonen waar ze willen.

In 2000 en 2001 keerden tienduizenden vluchtelingen terug naar Bosnië-Herzegovina: meer dan 30.000 vluchtelingen naar de Moslim-Kroatische Federatie en 18.000 naar de Servische Republiek. Door de slechte economische toestand bleven ruim 300.000 vluchtelingen in het buitenland wonen.

Het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag begon met processen tegen mensen die verdacht werden van oorlogsmisdaden. In november 2001 werd voormalig president Milosevic van Joegoslavië beschuldigd van het plegen van volkerenmoord. Op 12 februari 2002 werd het proces tegen hem geopend.

Een reeks van vooraanstaande personen werd opgeroepen om tegen de voormalige president van Joegoslavië te getuigen.

Jaren later werden nog steeds massagraven uit de oorlog gevonden, maar men kreeg de twee hoofdverdachten Karadzic en Mladic niet te pakken.