Betonmortel
Bij de sloop van gebouwen kan men betongranulaat terugwinnen. Deze kan weer opnieuw worden gebruikt bij de productie van betonmortel. Betongranulaat dient voor minimaal 90% te bestaan uit gebroken beton volgens het NEN 5905 norm.
Cement, zand, grind en water vormen samen betonmortel, ook wel betonspecie genoemd. Van betonmortel wordt dus uiteindelijk beton gemaakt. Het beton wordt sterker naarmate er minder water gemengd wordt in de overige bouwstoffen van betonmortel.
Een betonsterkte wordt aangeduid met een C. Vervolgens worden er 2 cijfers geplaatst met een scheidingsteken. Een betonsterkte kan dus als volgt worden aangeduid: C20/25. De 20 staat voor minimale cilinderdruksterkte en de 25 voor de kubusdruksterkte. De cilinderdruksterkte en de kubusdruksterkte zijn de waarden waarbij respectievelijk een cilinder / kubus van beton breekt.
Enkele voordelen van beton:
- Het bestaat uit natuurlijke elementen
- Het kent een lange levensduur
- Het kent weinig onderhoud
- Beton in gesloopte staat (betongranulaat) kan weer gebruikt worden in betonmortel
