Geschiedenis van het badminton

Leestijd4 minuten

Geschiedenis van het badminton

De precieze oorsprong van het badminton is niet met zekerheid te zeggen. Wel is zeker dat het spel een eeuwenoude geschiedenis kent: het werd waarschijnlijk zo’n 2000 jaar al beoefend in China. Bronnen vermelden dat er toen een spel gespeeld werd met houten slagborden en een pluimbal. Over het ontstaan van het spel bestaan twee versies.

Volgens de eerste zou de Spaanse edelman Ovieto y Valdez in zijn geschriften melding gemaakt hebben van een oud vederbalspel van Azteken in Mexico. De spelregels zouden zijn vastgesteld door de koning der Azteken, Montezuma II. Via de Spaanse conquistadores (Spaanse veroveraars van Amerika in de zestiende eeuw) waaide het spel over naar Europa waar het in de Renaissance aan de hoven een grote bloeitijd beleefde.

Volgens de tweede versie zouden de Indiërs een soort vederbalspel, “Poona”, ontwikkeld hebben. Het is waarschijnlijk genoemd naar de stad Poona, die zo’n 50 kilometer van Bombay ligt. Vanuit India kwam het via de Britse soldaten terecht in Engeland.

Ogenschijnlijk zijn er dus een aantal voorlopers van het moderne badminton geregistreerd. Ook het Engelse koningshuis heeft in de 12e eeuw een vergelijkbaar spel gespeeld. De Polen in begin 18e eeuw en India in de late 19e eeuw.

Het oudste materiaal dat over badminton is gevonden wordt ongeveer 2000 jaar oud geschat. Dit zijn tekeningen die gevonden zijn in holen in India. Hierop is een soort badminton te zien. Ook in overgebleven geschriften werd een spel beschreven waarbij men een “vliegend voorwerp” naar de tegenstander sloeg. Dit bestond uit een gewicht of een vrucht waaraan veren bevestigd waren. Het voorwerp werd dan met de handen en de voeten in de lucht gehouden.

De sport is door de eeuwen heen verspreid over diverse Europese landen. Daar werd het merendeels door de rijkeren beoefend. Het bestond er simpelweg uit dat een shuttle over en weer werd geslagen zonder de grond te raken. In Frankrijk heette het: “Jeu de longue plume”. Vandaar dat we het ook wel pluimbal noemen. Hierna vond het zijn weg naar het koloniale Amerika. Hier zijn twee bekende schilderijen gemaakt. Allereerst het schilderij van William Williams getiteld “Portrait of Master Stephen Crossfield”. Het stamt uit het begin van de 18e eeuw en laat een man zien die een racket en een shuttle vasthoudt.
Het andere schilderij stamt uit de late 18e eeuw en laat jongeren zien die een shuttle in de lucht houden.

Badminton werd pas echt bekend toen Engelse officieren vanuit India het spel meenamen naar Engeland. In 1873 speelde John Loraine Baldwin het op het landgoed Badminton in het graafschap Glouchestershire in Engeland. Hier kreeg de sport de naam badminton.
De eerste spelregels verschenen in 1877 in boekvorm. Deze waren gemaakt door kolonel H.O. Selby. Het zou echter nog wel even duren voordat overal deze regels toegepast werden. Badminton was destijds voor de elite, waarbij het sociale gedeelte erg belangrijk was. Het ging dus niet alleen om de puntjes, maar ook om de thee, broodjes en cake.

De eerst bond was de Engelse Bond. De “Badminton Association of England” werd in 1893 door kolonel Dolby opgericht. Hierna volgden al snel de bonden van Ierland (1899), Schotland (1911) en Wales (1928). De populariteit sloeg hierna over naar andere landen. In 1934 werd de Internationale Badminton Federatie (I.B.F.) opgericht. Zij moest toezicht houden op de spelregels en de naleving daarvan.

Allereerst maakten de Denen en de Zweden een einde aan het traditionele overwicht van de Engelsen. Maar tegen het einde van de jaren veertig vonden de Scandinaviërs gelijkwaardige tegenstanders in de spelers van Thailand en Maleisië. Daarna ontwikkelden zich in Azië twee nieuwe grote badmintonmogendheden: Indonesië en Japan. Het waren geen te onderschatten tegenstanders: in 1958 won het Indonesische herenteam bij haar debuut de wereldtitel van de IBF voor teams, en in 1966 herhaalden de dames van Japan deze buitengewone prestatie bij de damesteams.

In het midden van de jaren zestig kwam ook de volksrepubliek China erbij, en de profbadmintonners uit Oost en West werden nogmaals tot opperste verbazing gebracht: de tot op dat moment volledig onbekende spelers uit China gaven tijdens een tournee door Europa de Scandinavische sterren geen enkele kans. Het mooie, met trucs doorweven spel was een snelle harde sport geworden.

Inmiddels zijn er meer dan vijftig landen aangesloten bij de I.B.F. De I.B.F. verzorgt de Internationale Kampioenschappen voor landenteams. Bij de heren is deze bekend als de “Thomas Cup” en bij de dames is dit de “Uber Cup”.

In 1967 werd de Europese Badminton Unie (E.B.U.) opgericht. Ook Nederland volgde. De Nederlandse Badminton Bond (N.B.B.) werd op 15 november 1931 opgericht. Tot de oorlog kende de bond niet veel groei. Tijdens de oorlog moest de N.B.B. zelfs haar activiteiten opschorten.

In oktober 1951 werd de bond door een groep enthousiastelingen weer nieuw leven ingeblazen. Rond 1953 kwamen er zelfs goedkoop materiaal op de markt. Badminton was hierdoor niet langer een sport voor de elite. Op straat, op het strand en op de camping werd de sport veel beoefend De N.B.B. maakte een stormachtige groei door. Helaas zakte het ledental in de jaren ’90 weer in.

Momenteel kent de bond ongeveer 80.000 leden. Nederland kent nog meer bonden, zoals de B.B.F. (Bossche Badminton Federatie), H.B.B. (Helmondse Badminton Bond) en de R.B.B. (Recreatieve Badmintonbond Breda). Ook wordt er veel in de zogenaamde wilde verenigingen gespeeld die niet aangesloten zijn bij een overkoepelend orgaan.

Sinds de Olympische spelen in Barcelona (Spanje) in 1992 is badminton een officiele Olympische sport. De eerste enkelspel medailles werden uitgereikt aan de Indonesiers Allen Budi Kusuma (heren) en Susi Susanti (dames). Ze werden bij thuiskomst als echte volkshelden behandeld. Bij de Olympische spelen in Seoel (Korea) was het badminton de eerste sport die uitverkocht was. Hier behaalde Mia Audina, toen nog 16 jaar, een zilveren medaille voor Indonesië‘.